Oefen examen

examentraining

Oefenen in een online omgeving met uitgebreide feedback?

We hebben een beproefde examentraining (€30 incl. BTW) ontwikkeld met diverse oefenexamens. De oefenexamens bevatten 300+ oefenvragen en tips voor mensen die in één keer willen slagen voor hun Scrum Master certificering. De vragen zijn bedacht door professionele Scrum Masters met zowel een PSM I als een PSM II certificaat. Per vraag verstrekken we uitgebreide uitleg over waarom bepaalde antwoorden goed of fout zijn.

Oefenexamen Scrum Master

Wil je alvast eens oefenen met vragen die worden gesteld in een officieel Scrum Master examen (PSM 1) van Scrum.org? Let op, een officieel Scrum.org examen is altijd in het Engels. Onderstaande vragen zijn vertaald vanuit het Engels, de link naar de antwoorden staat onderaan.

1. Wanneer is een Sprint voorbij?

A) Wanneer alle Product Backlog Items voldoen aan de Definition of Done.
B) Wanneer de Product Owner zegt dat het klaar is.
C) Wanneer alle taken zijn afgerond.
D) Wanneer de vooraf afgesproken Time box voor de Sprint afloopt.

 

2. Wat beschrijft de Definition of Done het beste als er meerdere teams van Ontwikkelaars werken aan een enkel product?

A) Elk team van Ontwikkelaars bepaalt en gebruikt zijn eigen Definition of Done. De verschillen worden besproken en met elkaar in overeenstemming gebracht tijdens een ‘Hardening Sprint’.
B) Elk team van Ontwikkelaars gebruikt zijn eigen Definition of Done, maar moet deze duidelijk maken aan alle andere teams zodat de verschillen bekend zijn.
C) Alle teams van Ontwikkelaars moeten dezelfde Definition of Done gebruiken.
D) Dat verschilt.

 

3. Op welke type procescontrole is Scrum gebaseerd?

A) Empirisch
B) Hybride
C) Gedefinieerd
D) Complex

 

4. De maximale duur van een Sprint Review is:

A) 2 uur
B) 4 uur voor een Sprint van een maand. Voor kortere Sprints is de Time box ook korter.
C) Zo lang als nodig is.
D) 1 dag
E) 4 uur, eventueel langer als dit nodig is

 

5. Hoe groot is een Scrum Team?

A) Minimaal 7 mensen
B) 3 tot 9 mensen
C) 7 +/- 2 mensen
D) Maximaal 10 mensen

 

6. De Ontwikkelaars zou alle vaardigheden moeten bezitten om:

A) Het project tot voltooiing te brengen wanneer de Product Owner zich gecommitteerd heeft aan data en kosten.
B) Al het ontwikkelwerk te volbrengen, met uitzondering van speciale testen die extra tools en testomgevingen vereisen.
C) De geselecteerde Product Backlog Items te verwerken tot een waardevol Increment.

 

7. De drie pilaren van empirische procescontrole zijn:

A) Respect voor Mensen, Kaizen, Verspilling verminderen
B) Planning, Demonstratie, Retrospectie
C) Inspectie, Transparantie, Adaptatie
D) Planning, Inspectie, Adaptatie
E) Transparantie, Verspilling verminderen, Kaizen

 

8. Tijdens de Daily Scrum is het de rol van de Scrum Master om:

A) De discussie van de Ontwikkelaars te leiden.
B) Te zorgen dat alle drie vragen beantwoord worden
C) De vergadering te leiden zodat elke teamlid een kans heeft om te spreken.
D) De Ontwikkelaars te leren om de Daily Scrum binnen de 15 minuten Time-box te houden.

 

9. Welke twee (2) dingen doen de Ontwikkelaars tijdens de eerste Sprint?

A) Een Increment op te leveren die gereleased kan worden.
B) De complete architectuur en infrastructuur van het product bepalen.
C) Ontwikkelen van minimaal 1 deel van functionaliteit.
D) Een plan ontwikkelen voor verdere release.
E) Een complete Product Backlog opzetten die opgepakt moet te worden in opvolgende Sprints.

 

10. Wie zou het meeste moeten weten over de vooruitgang richting de bedrijfsdoelstelling en de alternatieven het duidelijkst moeten kunnen uitleggen?

A) De Product Owner
B) De Ontwikkelaars
C) De Scrum Master
D) De Projectmanager

 

De antwoorden en uitleg vind je hier.